Zeven vragen aan: Jan Röben – ‘Problemen verbinden nu eenmaal, dat is het mooie ervan’

http://zeven-vragen-aan-jan-roben-waterrecreatie.jpg
20 juli 2020

Iedere maand gaan we met een bestuurslid van Waterrecreatie Nederland in gesprek. In deze interviews blikken we terug op de samenwerking van de afgelopen jaren, maar kijken we ook naar de ambities voor de toekomst. Deze maand blikken we terug met Jan Röben, voorzitter van het Netwerk Waterrecreatie.

Lees hieronder de antwoorden op de zeven vragen aan Jan Röben

1) Wat is je persoonlijke drijfveer om je in te zetten voor de waterrecreatie?

Naast zijn voorzitterschap van het Netwerk Waterrecreatie is Röben al jaren actief als bestuurslid van de Vereniging Wadvaarders. Als Röben begint te praten, blijkt al snel waar die passie voor het Wad en het water vandaan komt. “Ik ben zo ongeveer geboren op het wad, in het noorden van Groningen. We hadden uitzicht op Borkum en Rottumeroog als ik op het dak van mijn ouderlijk huis klom. Zo groeide ik op met water en het wad en de luchten en de wind. Nederland ten top, en daarmee ben ik van jongs af aan vertrouwd geraakt”, vertel Röben.zeven-vragen-aan-jan-roben-waterrecreatie-wadden-albatros “Pas wat later, in mijn studententijd, heb ik geleerd dat waterrecreatie zelf heel individueel is. Dat vind ik ook het leuke, het komt op jezelf aan. Maar daarnaast is de wereld van de waterrecreatie ook heel gezellig en collectief. En in dat wereldje heb ik me altijd heel erg op mijn gemak gevoeld. De persoonlijke drijfveer, om me daar bestuurlijk mee te gaan bezighouden, komt voort uit het feit dat recreatie, en vooral waterrecreatie, altijd ondergeschikt is aan allerlei andere nationale of regionale overwegingen. Dus als watersportclub moet je goed op je tellen passen dat je gehoord wordt als er dingen geregeld en besloten worden. Waterrecreatie heeft de neiging om een beetje als sluitstuk te fungeren. Dat ligt ook aan de organisaties zelf, die hebben de neiging veel met zichzelf bezig te zijn en kijken niet erg buiten. Bij de Wadvaarders hebben we dat ook gemerkt en dat was de drijfveer om ook bestuurlijk mee te gaan doen.”

2) Wat draag je als organisatie bij aan het realiseren van de Toekomstvisie Waterrecreatie?

Het Netwerk Waterrecreatie is natuurlijk niet ‘een organisatie’ maar verbindt diverse partijen uit de waterrecreatiesector. De vorming van het Netwerk komt voort uit één van de organisatorische ambities van de Toekomstvisie Waterrecreatie, namelijk het versterken van de samenwerking in de sector. “Het Netwerk biedt een platform voor individuele organisaties om gehoord te worden en om met elkaar te overleggen. Omdat verschillende leden op eigen houtje soms te klein of te regionaal of te weinig georganiseerd zijn, maakt zo’n netwerk gewoon ‘samen sterk’” vervolgt Röben. “Het netwerk is de facto de gebruikersgroep van Waterrecreatie Nederland en die heb je natuurlijk nodig. Het is een samenwerkingsverband, zij het wel een dunne in mijn beleving. Maar het is ook tegelijk één van de weinige overkoepelende waterrecreatie-organisatievormen waar leden van heel verschillende pluimage elkaar kunnen ontmoeten. Deze coronatijd is dan ook funest, want je ontmoet elkaar niet meer echt, alleen digitaal. En omdat de vraagstukken geen hapklare brokken zijn, maakt dat het lastiger. Het primaire doel van het netwerk is de samenwerking, maar dan moet je wel de gedeelde thema’s weten te vinden. Op regionaal niveau is dat vaak duidelijk. Maar de logica waarom duikers en surfers bij elkaar zouden moeten komen is minder voor de hand liggend. De thema’s die je deelt, die vind je vaak pas als je bij elkaar komt. Problemen verbinden nu eenmaal, dat is het mooie ervan.”

3) Wat zie je als belangrijke ontwikkelingen op het gebied van waterrecreatie?

Enthousiast vervolgt Röben: “Daarvoor heb ik de afgelopen weken heel wat input gekregen. Voor het eerst zijn mijn vrouw en ik dit jaar met een motorbootje door Nederland gaan varen. Die wereld kende ik niet heel goed. Normaal zeil ik op wat ruimer water, dat is veel meer individueel. Nu heb ik gemerkt dat dat in het binnenland heel anders is. Daar is het heel sociaal en een heel gemeenschappelijke beleving. Ik zie dat als belangrijke ontwikkeling: de massaliteit van waterrecreatie. Met mooi weer zie je zo’n beetje alles wat kan drijven op en in het water, ik heb nog nooit zoveel suppers bij elkaar gezien. We hebben in Nederland een recreatie-economie en als je het vergelijkt met zo’n 20 jaar geleden dan zie je dat het veranderd is, en veel massaler is geworden. En dat is ook spannend want dat geeft andere vraagstukken. Kijk naar economie, natuur, recreatie: dat moet allemaal in een beperkte ruimte. En doordat de recreatie zo massaal is geworden, wordt het erg zichtbaar. Overigens definieer ik dat niet als een probleem. Ik heb gezien dat het heel gemoedelijk verloopt.”

Een andere ontwikkeling die Röben ziet, hangt hiermee misschien wel samen: “Je ziet een duidelijke verschuiving van eigendom naar ‘huur’ en ‘leen’ van boten. Overigens is dat nog lang niet de meerderheid, veel mensen willen graag zelf iets hebben wat drijft. Maar er wordt gemakkelijk geleend en gehuurd en dat heeft die massaliteit natuurlijk gevoed. En daardoor wordt de ‘vergrijzing in de watersport’ een beetje opgevangen en het zorgt ervoor dat het aantal vaarbewegingen niet echt afneemt. In de basis vind ik dat een heel positieve ontwikkeling, want zo komt watersport en waterrecreatie binnen handbereik van grotere aantallen mensen. En dat levert verrijking op.”

4) Waarom is de samenwerking/partnerschap met Waterrecreatie Nederland belangrijk voor jouw organisatie?

Röben: “Je zou kunnen zeggen: het Netwerk is, naast de publieke organisaties en de ondernemers, de gebruikersgroep binnen Waterrecreatie Nederland; dát zijn de waterrecreanten. Denk hierbij aan de Wadvaarders, NKV, NOB, Scouting en ook de KNRM en de Reddingsbrigade. Een aantal grote waterrecreatie-organisaties zoals Sportvisserij NL, Toerzeilers en Watersportverbond, KNRB en de VNM zijn ook rechtstreeks vertegenwoordigd in het bestuur van Waterrecreatie Nederland. Dat is soms zoeken in de balans tussen zaken die spelen op niveau van de stichting en het netwerk.”

5) Wat is de belangrijkste mijlpaal die bereikt is in de samenwerking afgelopen jaren?

“Wat ik denk te zien is dat Waterrecreatie Nederland gewoon zichtbaarder is geworden, en sterker wordt”, vervolgt Röben. ”En dat is een compliment. De leden van het Netwerk hebben daar baat bij. Een steviger Netwerk zal een gevolg zijn van een beter opererend en sterker wordend Waterrecreatie Nederland. Mijn hoop is helemaal gevestigd op een bloei van de stichting! Ik denk wel te zien dat die ontwikkeling er is. Maar we hebben wel een handicap als Waterrecreatie Nederland. Ik had het persoonlijk prima gevonden als de stichting rond de coronasituatie meer de ‘lead’ had genomen. Dat is soms lastig vanwege het publiek-private karakter van de stichting. Een sterke gebruikersgroep zou Waterrecreatie Nederland legitimeren om zich wat dat betreft meer uit te spreken richting de publieke kant. Maar dat is een ingewikkeld proces, want je hebt beide kanten nodig.”

6) De ambities van Waterrecreatie Nederland zijn gebaseerd op de speerpunten ‘Duurzaamheid’, ‘Routenetwerken en voorzieningen’ en ‘Veiligheid’ met als overkoepelend thema ‘Waterbeleving’. Waar zie je kansen voor concrete resultaten en intensievere samenwerking?

“In de eerste plaats: als je het hebt over duurzaamheid en veiligheid, dan is het evident dat je daaraan moet werken om je maatschappelijke draagvlak te versterken. De maatschappij moet zien dat de waterrecreatiesector zijn verantwoordelijkheid neemt. Daar heb je logischerwijs de gebruikersgroep bij nodig om dat te bereiken. Per slot van rekening zitten daar de watersporters die het moeten laten zien als het gaat om veiligheid en duurzaamheid. En als stichting kun je het niet over zulke thema’s hebben als je geen rechtstreekse verbondenheid hebt met de achterban waar het over gaat” legt Röben uit. “Kijk je naar de speerpunten als Duurzaamheid, Routenetwerken en voorzieningen en Veiligheid, dan zijn dat typisch de thema’s waarop zo’n diverse groep als het Netwerk ook te verenigen is. Onderwerpen als antifouling, energietransitie en toiletlozingen leven erg bij de leden. Het interessante is dat het geen handige onderwerpen voor watersporters zijn, maar dat ze zich goed realiseren dat die werkelijkheid op ze afkomt en dat ze daar iets mee moeten. Ik heb dat ook bij de Wadvaarders gezien: binnen twee jaar tijd is het besef ingedaald dat op deze onderwerpen stappen moeten worden gezet. En dat mopperen niet helpt, maar dat je beter mee kunt denken, praten en bijdragen.”

7) Op welk onderwerp denk je dat de samenwerking in de toekomst belangrijk zal worden of zijn?

“De focus op enerzijds Routenetwerken en anderzijds Duurzaamheid en Veiligheid vind ik meer dan prima. Dat is een lastige kluif, waar we jarenlang meer dan genoeg aan hebben. Maar het zijn ook thema’s met problemen waarop je elkaar kunt vinden en die verbindend werken” zegt Röben. “Kijk je naar de toekomst dan denk ik dat Waterrecreatie Nederland een belangrijke steun kan geven als het gaat om regionale thema’s. Want hoewel het misschien om regionale problemen gaat, sta je met nationale rugdekking gewoon sterker. Dus los van de hoofdthema’s blijven de initiatieven uit de regio heel erg de moeite waard om als stichting te blijven ondersteunen.” Ook herhaalt Röben nogmaals het belang van een goede organisatie: “Hoe organiseren we dat Netwerk Waterrecreatie binnen Waterrecreatie Nederland op zo’n manier dat het voor de deelnemers logisch en aantrekkelijk wordt om eraan mee te blijven doen? Dat is een belangrijke voor de toekomst.”

Tot slot wijst Röben op het belang van een nationale gedragscode: “Als het gaat om beleving en recreatie, dan botst dat nog wel eens met de belangen van natuurorganisaties, we beconcurreren elkaar als het ware in de schaarse ruimte. Kijk je dan naar Duurzaamheid en Veiligheid dan zie je direct het belang van gedragsregels en gedragscodes. Dat is het middel om mensen te bereiken en aan het denken te zetten. Eén van de targets voor het Netwerk is wat mij betreft dan ook het hebben van een nationale gedragscode. Daarmee kun je naar buiten laten zien dat je als sector je verantwoordelijkheid neemt en herkent.”

Lees ook:

Vorig artikel
Volgend artikel