Vijf vragen aan: Plastic Soup Surfer Merijn Tinga – ‘Water is de laatste wildernis van Nederland’

http://Merijn-tinga-interview-waterrecreatie-vijf-vragen-aan-MauriceMikkers
26 oktober 2021

Merijn Tinga is bioloog, kunstenaar maar vooral bekend als de Plastic Soup Surfer. Die bekendheid kreeg hij toen hij in 2014 een tocht langs de kust -van Knokke naar Borkum – maakte om aandacht voor de vervuiling door plastic te vragen. “Ik stapte als een kunstenaar op een surfboard en stapte af als de activist, Plastic Soup Surfer” zegt Tinga erover. “Tijdens die tocht is er veel gebeurd in een heel korte tijd en merkte ik dat ik hier echt een verschil mee kon maken.” Sindsdien is er nog veel meer gebeurd. We stelden Tinga vijf vragen over zijn kijk op waterrecreatie.

1) Wat is je persoonlijke band met waterrecreatie?

Het afgelopen jaar was Merijn Tinga veel op een sup te zien, maar het begon allemaal met surfen vertelt hij: “Ik ben al op mijn achtste begonnen met surfen en ben sindsdien fervent, gepassioneerd surfer. Mijn vader was tropenarts, ik ben opgegroeid op Curaçao en daar heb ik het windsurfen geleerd. Daarna zijn we naar Groningen verhuisd. Toen ik Biologie ging studeren heb ik voor Leiden gekozen vanwege het feit dat dat het dichtst bij het strand was van alle universiteitssteden. Ik zit graag op het water. Ik heb altijd veel gewindsurft, gezeild en later ben ik gaan kitesurfen. Storm en woeste zee zie ik als een laatste wildernis van Nederland. Die woeste oerkrachten vind ik geweldig.”

Zijn liefde voor het water heeft Tinga in het verleden gebruikt om aandacht voor schoon water en de ‘plastic soep’ te vragen. In 2016 surfte hij van Scheveningen naar het Engelse Lowestoft op een zelfgemaakt kitesurfboard van afvalplastic, maar wel voorzien van een van de eerste foils. Met die tocht vroeg hij aandacht voor een petitie tot een verbod op statiegeldloze plastic wegwerpflesjes. Hij verzamelde in totaal ruim 55.000 handtekeningen die hij samen met de Plastic-Soup-Surfer-petitiemotie in 2017 aan de Tweede Kamer aanbood. Het leidde uiteindelijk mede tot de invoering van statiegeld op kleine plastic flesjes in juli 2021.

“Met die motie uit 2017 kreeg ik een belofte van de politiek om actie te ondernemen. Dat was mooi, maar ik bedacht me dat ik de frisdrankmaatschappijen en de supermarkten moest spreken die dat statiegeld tegenhielden. Ik wilde heel graag laten zien hoe dat probleem van dat plastic in het binnenland begint, en niet per sé op zee. Door de stroom van de rivier, van de bron van het plastic -het binnenland- naar de monding te laten zien, in dit geval op de Rijn. Maar windsurfen mag daar niet, dus toen besloot ik te gaan suppen. Samen met de TU Delft hebben we een supboard gebouwd van plastic flesjes, om dat verhaal te vertellen. Vanaf toen ben ik gaan suppen, dat had ik daarvoor nooit gedaan. En het is eigenlijk heel praktisch, want ik kan het overal doen, ook samen met andere mensen en ik heb geen windvenster meer nodig zoals met windsurfen of kiten. En media-technisch is het ook wel handig om te suppen – ik ben niet meer afhankelijk van de wind en kan gewoon afspreken dat ik ergens om een bepaalde tijd aankom”, voegt Tinga er lachend aan toe.

2) Wat zie je als belangrijke ontwikkelingen op het gebied van waterrecreatie?

Tinga: “Als je het hebt over sporten, dan zie je dat er een enorme ontwikkeling is geweest op het gebied van draagvleugels, het foilen. Toen ik in 2016 naar Engeland surfte zat daar echt een allereerste, prototype foil onder mijn board. Ik had het geluk dat ik een van de pioniers van het foilen leerde kennen, die me hielp om dat te bouwen. Door die ontwikkeling was het ook mogelijk om een board van plastic flesjes te bouwen, doordat die draagvleugel dat board uit het water tilde. Anders was dat board veel te zwaar om mee te surfen, het was meer een boomstam dan een surfboard. Het foilen stond toen echt in de kinderschoenen en je ziet dat daar de afgelopen jaren grote verbetering heeft plaatsgevonden. Met de huidige 3D-technieken en de nieuwe producten zie je dat dit enorm in ontwikkeling is. Daardoor is ook het ‘wingen’ (wingsurfen of wingfoilen, een kruising tussen windsurfen en kitesurfen met een lichtgewicht opblaasbaar zeil dat de surfer vasthoudt, red.) weer ontstaan en daardoor zie je nu ook met veel minder wind al veel meer mensen op het water. Zo heeft ook het windsurfen weer een boost gekregen door het wingen. Ik hoop dat dit soort nieuwe sporten in de plaats komen van waterscooters en andere milieuonvriendelijke speeltjes.”

Over een andere ontwikkeling is Tinga minder enthousiast. “Ik heb oude waterkaarten en wat je ziet is dat heel veel gebieden, bijvoorbeeld in De Kaag waar ik in de buurt woon, vroeger verboden waren voor motorboten. En die worden steeds meer ontsloten voor motorboten. Vroeger mocht je daar alleen met je roeibootje komen, dat deed ik ook vaak. Nu ben ik echt nog de enige in de stad die een roeibootje, dus zonder motor, heeft. Je ziet dat niet meer, het is blijkbaar teveel moeite geworden om te roeien. Het lijkt een beetje op de opmars van de elektrische fietsen, straks fietst er ook niemand meer ‘gewoon’. Ik denk niet dat dat een gezonde ontwikkeling is. Het is juist zo mooi als je je afhankelijk maakt van de elementen en geniet van de rust en de stilte.”

3) Wat zijn belangrijke ontwikkelingen in jouw vakgebied/werkveld?

“Je ziet -gelukkig- dat een rivier als de Rijn de laatste jaren vele malen schoner is geworden,” vervolgt Tinga. “Dat komt doordat er veel minder geloosd wordt. En er is natuurlijk heel veel aandacht voor de vervuiling met plastic geweest in de afgelopen jaren. En dat heeft zeker zijn weerslag gehad op hoe schoon de stranden nu zijn. Dat effect zie je niet alleen, maar onderzoek wijst dat ook uit. Daar zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen, een daarvan is dat er heel veel vrijwilligers aan het opruimen zijn. Anderzijds was ik onlangs in een natuurgebied op Terschelling waar niet vaak mensen komen en daar lag het echt vol met plastic. En dat kan dus alleen maar aangespoeld afval zijn, tot ver in de duinen. En dat ligt er al zo lang dat het verpulvert als je het probeert op te pakken. Dus dat is ook heel lastig op te ruimen. Aan de ene kant zie je dus dat er op macroniveau, de grote vervuiling, veel is aangepakt. Maar aan de andere kant zie je wel veel meer zorgen over de vervuiling met micro-plastics en dat probleem zal de komende tijd wel verder toenemen, vrees ik.”

4) De ambities van Waterrecreatie Nederland zijn gebaseerd op de speerpunten ‘Duurzaamheid’, ‘Routenetwerken en voorzieningen’ en ‘Veiligheid’ met als overkoepelend thema ‘Waterbeleving’. Waar zie je raakvlakken/kansen met jouw vakgebied?

Op de ambitie duurzaamheid zijn de raakvlakken voor de hand liggend en al aan bod gekomen. Als het gaat om routenetwerken zegt Tinga: “Het beschikbaar, of ‘open’ houden van wateren, dat vind ik een belangrijke. Dat je makkelijk toegang hebt tot vaarwater in de buurt. En dat er ook rekening wordt gehouden met de wind, want dat gebeurt nu nog niet vaak. Dat er bijvoorbeeld gekeken wordt naar de invloed van bebouwing op de wind op een meer, om maar een voorbeeld te noemen.”

“Als het gaat om veiligheid ben ik niet het beste voorbeeld,” lacht Tinga. “Ik heb de Rijn afgesupt en ik ben bij Hoek van Holland voor de havenmonding langs gesurft. Dus je kunt beter niet doen wat ik doe!”

5) Welke kansen moeten er naar jouw idee als eerste worden opgepakt en met wie/welke partijen moet daarvoor worden samengewerkt?

“Dat is wat mij betreft het afval scheiden in havens” zegt Tinga. “Ik wil echt dat dat gemeengoed wordt. Ik ben afgelopen september de scholen langs gegaan met de ‘Wakkere Wegwerpers Turbo Tour’.  Die tour ging met een sup, van Den Ham naar Den Haag, tegen de IJssel op en was bedoeld om aandacht voor het scheiden van afval te vragen. Als afvalscheiding op basisscholen de standaard wordt, hoop ik dat het zo overal de standaard wordt. Ik ben daarover ook in gesprek met de Blauwe Vlag. In mijn ideale samenleving wordt er in de hele levensloop afval gescheiden, te starten met scholen en vervolgens musea, verenigingen maar ook in jachthavens. In Duitsland is dat al heel normaal, maar in Nederland gooien we alles bij het restafval. Dat moet anders.”

© foto boven: Maurice Mikkers

Gerelateerde interviews:

Vorig artikel
Volgend artikel