BRTN 2015 – 2020

Basisvisie Recreatietoervaartnet

Basisvisie Recreatietoervaart 2015-2020

In opdracht van provincies en het ministerie van I&M heeft Waterrecreatie Nederland bestuurlijke afspraken en de Basisvisie Recreatietoervaart 2015-2020 met de bijbehorende BRTN kaart opgesteld. De bestuurlijke afspraken en de Basisvisie bieden voor de periode 2015-2020 een kader voor landelijke, regionale en lokale besluitvorming en investeringen die bijdragen aan het behoud, beheer en verdere ontwikkeling van een aantrekkelijk, samenhangend en bevaarbaar landelijk basistoervaartnet. Ze bieden tevens een kader voor samenwerking tussen provincies, rijk, andere overheden en de waterrecreatiesector. De bestuurlijke afspraken en de Basisvisie met de classificatie van BRTN-vaarwegen vormen daarmee de basis voor een duurzame en betekenisvolle (regionale) ontwikkeling van waterrecreatie en economie.

Vervolg Convenant Uitvoering Beleidsvisie Recreatietoervaart

De bestuurlijke afspraken en Basisvisie 2015-2020 zijn een vervolg op het eerdere Convenant Uitvoering Beleidsvisie Recreatietoervaarten bijbehorende Beleidsvisies Recreatietiervaart. In 2013 is het Convenant Uitvoering Beleidsvisie Recreatietoervaart tussen rijk en provincies dat vanaf 1992 het kader is geweest voor de uitvoering van de BRTN afgelopen. Met het convenant en de eerdere Beleidsvisies Recreatietoervaart als kader is de afgelopen 20 jaar ruim € 500 miljoen geïnvesteerd in het ontwikkelen en knelpuntenvrij maken van het landelijke basistoervaartnet. Een verkenningsronde najaar 2013 langs provincies, rijk en betrokken partijen uit de waterrecreatiesector heeft duidelijk gemaakt dat het opstellen van een nieuwe beleidsvisie met BRTN kaart meerwaarde heeft en gewenst is.

Het hoofddoel van de Basisvisie is:

“Het net van Nederlandse bevaarbare wateren behouden en verder ontwikkelen als één aantrekkelijk, gedifferentieerd en samenhangend recreatietoervaartnet”.

Voor de Basisvisie en BRTN classificatie zijn de volgende specifiekere doelen geformuleerd:

  • Behouden van het bestaande landelijke vaarroutenetwerk en borgen dat de gedane investeringen in het basistoervaartnet hun waarde blijven houden (‘Houden wat je hebt’).
  • Kwalitatief verbeteren van het basistoervaartnet.
  • Opheffen van knelpunten die toegankelijkheid en doorvaart beperken.
  • Bevorderen van bereikbaarheid en veiligheid op het water.
  • Vergroten van de economische, ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke betekenis van het basistoervaartnet.
  • Bijdragen aan de internationale positionering van het Nederlandse toervaartaanbod.
  • Gedeeld en gedragen afsprakenkader voor landelijke beleidsmatige, juridische en procesmatige borging en invullen rollen en verantwoordelijkheden.

Classificatiekaart

De classificatie van vaarwegen in het landelijke basistoervaartnet is weergegeven op de BRTN-kaart. Op de kaart wordt een onderscheid gemaakt in zeil- en motorbootroutes (doorgetrokken lijnen) en in motorbootroutes (gestippelde lijnen). Voor beide type routes bestaan verschillende categorie boten op basis waarvan de vaarwegen geclassificeerd zijn. De categorieën gaan van A tot en met D. Per categorie zijn de doorvaartmaten van de schepen aangegeven.

Doorvaartmaten-basistoervaartnet-web

Brughoogten en vaarwegdiepten

De doorvaartmaten van de schepen worden vertaald naar de benodigde brughoogten en vaarwegdiepten. De brughoogten wordt bepaald aan de hand van de benodigde ‘schrikhoogte’ en ‘kielspeling’. Deze verschillen per type vaarweg. Op een groot open water is er meer deining, de schrikhoogte is dan ook hoger. In de Richtlijnen Vaarwegen 2017 is meer informatie te vinden over de exacte brughoogten.

Houden wat je Hebt!

Er zijn in Nederland veel BRTN-vaarwegen die geschikt zijn om met grotere (hogere) boten te kunnen bevaren dan de aangegeven BRTN-classificatie. Voor deze wateren geldt niet alleen de minimum BRTN-doorvaarthoogte en doorvaartdiepte, maar ook het principe ‘houden wat je hebt’.  Daarmee kunnen vaarroutes worden behouden voor de grotere boten zonder dat er sprake is van ingrepen in de doorvaarthoogte.

Hierbij dienen overigens wel duidelijke minimum-doorvaartmaten te worden gehandhaafd. Bruggen mogen niet lager worden dan de BRTN-doorvaartmaten, wil de vaarweg zijn functie in de toekomst niet verliezen. De beheerders van de vaarwegen hebben zo steeds de vrijheid én de verantwoordelijkheid om ‘naar boven’ van de minimumnorm af te wijken. Het is een principe, geen wetmatigheid. Er kan onderbouwd van worden afgeweken. Van de beheerders wordt daarbij gevraagd steeds een vaarweg of vaarroute als één geheel te beschouwen